(1913-1987)

Na de dood van meester Funakoshi wees de JKA Masatoshi Nakayama aan de nieuwe voorzitter te worden. Nakayama had veel boeken geschreven over het Karate-do en was eigenlijk verantwoordelijk voor de verspreiding van Shotokan Karate. Nakayama Sensei was in de Yamaguchi Prefectuur in Japan geboren. Hij bezocht de Takushoku universiteit in 1932. Nadat hij zijn diploma had behaald, werkte hij voor het Oosterse Sport Instituut in Beijing waar hij zich in maart 1946 terugtrok twee jaar voordat de JKA werd opgericht. In 1958 werd hij dan tot voorzitter van de JKA benoemd. Hij overleed met 74 jaar in 1987.

HET VOORTZETTEN VAN DE BEZIELING EN DE TRADITIE VAN SENSEI FUNAKOSHI’S LEVENSWERK

Sensei M Nakayama had de martiale kunst in zijn bloed zitten. Geboren in april 1913 in de provincie Yamaguchi, was hij de afstammeling van de Sanada-clan in de Nagano regio. Zijn voorvaders waren allen hoog gekwalificeerde kenjitsu (de kunst van het schermen / zwaardvechter) lesgevers. Toen hij in 1932 toetrad tot de Takushoku Universiteit, werd hij onmiddellijk lid van de universitaire karate club onder de leiding van Sensei G. Funakoshi en een van zijn zonen, Yoshitaka Funakoshi. Vastbesloten om zijn leven te wijden aan karate, reisde hij na zijn studies naar China om er verder te studeren en te trainen.

Bij zijn terugkomst uit China in mei 1946, kwam hij samen met zijn oude ‘Shotokan’ beoefenaars uit zijn universiteitsdagen om de Shotokan karate traditie te doen herleven met Sensei G. Funakoshi als hoofdlesgever. Allen samen richtten ze in 1949 de Japan Karate Association (J.K.A.) op. In 1955 werd een ‘headquarter dojo’ gebouwd in Yotsuya, Tokio. Het was de aanzet tot het bouwen van diverse J.K.A. dojo’s verspreid over het ganse land.

De inspanningen van het J.K.A. om de ziel van het karate – do te belichamen en te promoten, werden erg gewaardeerd door het toenmalige Ministerie van Onderwijs (cfr. het huidige Ministerie va Onderwijs, Wetenschap, Sport en Cultuur). In 1957 stond het Ministerie de officiële erkenning toe in Japan als een officiële ledenvereniging voor de promotie van het karate – do.

Gedurende deze periode en de daaropvolgende jaren heeft Sensei M. Nakayama onmeetbare bijdragen geleverd aan deze martiale kunst. Hij ontwikkelde, samen met zijn collega J.KA. lesgevers, een nieuwe rationele methode van lesgeven dat aangepast was aan het niveau en doelstellingen van elke leerling: karate als een fysisch ontwikkelingsmiddel, karate als een methode van zelfverdediging, karate voor competitie, hij benadrukte tevens de noodzakelijkheid dat elk trainingsaspect zowel fysisch als kinematisch praktisch haalbaar was. Hiervoor analyseerde hij elke beweging wetenschappelijk, om ze zo te maken.

Bovendien,om te verzekeren dat de echte essentie van het Karate-do op een correcte wijze werd overgedragen, richtte hij samen met zijn leerlingen een 2-jaars gespecialiseerd instructeurs trainingsprogramma op. Dit programma is tot op heden nog steeds het enige specifieke instructiesysteem in de ‘karatewereld’. En het trainen stopt nooit, want de J.K.A. is de enige karateorganisatie wiens fulltime lesgevers dagelijks nog samenkomen om te oefenen. Door dit trainingsprogramma, streven J.K.A. lesgevers continu een verfijning en perfectionering van hun karate na.

Sensei M. Nakayama heeft ook het allereerste competitiesysteem uitgewerkt: het 1e J.K.A. All Japan Karate Championship werd gehouden in het Metropolitan Gymnasium te Tokio in oktober 1957. Dit kampioenschap werd door zoveel deelnemers en toeschouwers bijgewoond dat de plaats van bijeenkomst tot de nok gevuld was.

Zijn aanpassingen van zowel kata als kumite voor de competitie was een ontzettend groot succes: het 5e J.K.A. All Japan Karate Championship in 1961 werd zelfs bijgewoond door de toenmalige Kroonprins van Japan (cfr. de huidige Keizer van Japan). De populariteit van het karate groeide voortdurend over de ganse wereld.

Sensei M. Nakayama gaf waarde aan de spirituele aspecten van het karate dat zijn leermeester Sensei G. Funakoshi zich tot de zijne had gemaakt: voornamelijk de kracht van de bescheidenheid en de ziel van de harmonie. Hij werd het nooit moe om les te geven, met zijn voorbeeld nog meer dan met zijn woorden, dat het tonen van deze kwaliteiten niet alleen een diepe zin van fatsoen, maar tevens een continue herinnering vereist dat er ‘geen eerste aanval is in karate’.

Tijdens het beoefenen, stond Sensei M. Nakayama er op dat men elke techniek uitvoerde met ‘hart en ziel’ en als zijnde de krachtigste die men in zich had. Hij benadrukte ook dat het cruciaal is om de onafscheidbare drievuldigheid van het karate te besturen (Kihon, kata en kumite) als zijnde een éénheid. Bovendien herinnerde hij er iedereen voortdurend aan dat men steeds diende te onthouden dat: “Het pad van het karate dat we volgen, er één is van een ongewapende martiale kunst, die we oefenen met een onwrikbaar hart in een lege omgeving. Het is een weg om de persoonlijkheid te ontwikkelen.”

Tijdens zijn laatste jaren, vatte hij alle technieken en hun bijhorende filosofie (kort) samen in de befaamde 11-delige serie getiteld: “Best Karate”.

Deze tekst is een vrije vertaling door A. Willaert van het hoofdstuk ‘Masters’ van de officiële J.K.A. website “The keeper of karate’s Highest Tradition”